Het marathongevoel van start tot finish Topatleet Michel Butter vertelt over de energie tijdens die 42 bijzondere kilometers.

Scroll this

‘De start van de marathon is groots. Ik voel me dan ook groots; ik heb een goede voorbereiding gehad, en sta daar tussen alle andere getrainde atleten. Het is een belangrijk moment; je hebt maar één kans en die moet je vandaag pakken. Ik ben kwetsbaar, maar ben daar niet mee bezig’, vertelt Butter, die al tien keer aan de start van een marathon stond. ‘Er staat iets bijzonders te gebeuren, dat voel je aan de energie van alle mensen om je heen.’ Een groot verschil met bijvoorbeeld baanwedstrijden: toppers en recreatieve lopers starten samen; iedereen begint aan hetzelfde avontuur. ‘Dat is een van de factoren die de marathon grootser maakt dan alle andere wegwedstrijden.’

De marathon van start tot finish: ‘Absorbeer de energie, maar laat je niet afleiden’

Het is de kunst wel te genieten van al die energie, maar je er niet door laten afleiden. ‘Absorbeer die energie’, zegt de marathonloper. ‘Maar blijf bij jezelf.’ Hij ervaart de start als een soort tunnel, staat daar vol concentratie. ‘Mijn focus is introvert. Normaal gesproken ben ik een extravert persoon, maar als ik me concentreer, ben ik naar binnen gericht. Alles gaat langs me heen.’

10 kilometer

Bij het startschot schieten veel atleten er in een moordend tempo vandoor, vol adrenaline. Ook dan is het zaak bij jezelf te blijven, te voelen wat jouw tempo is en je daaraan te houden. ‘De eerste tien kilometer is het vaak een kwestie van het juiste groepje vinden, ritme vinden. Ik moet altijd even warm draaien en denk na vijf kilometer wel eens dat de tijd niet klopt. Die eerste kilometers zijn gewoon wat onwennig.’

21 kilometer

‘Het liefst zit ik hier lekker in mijn concentratie; ik wil me niet laten afleiden. Als ik pijntjes voel, zie ik dat als loos alarm. Ik heb maanden in dit tempo getraind, dus waarom zou me dat nu ineens niet lukken?’. Het tempo is hier nog rustig, dus er is tijd om na te denken. ‘Maar wat mijn lichaam me ook zegt, ik doe er niets mee; de finish is nog ver weg’, weet hij. ‘Je ziet hier op je horloge of je op schema ligt en je mag hier nog net zoveel vertrouwen hebben als bij de start.’

30 tot 35 kilometer

In deze fase verwachten veel lopers de mythische man met de hamer. En zoals dat soms gaat met verwachtingen: dan stáát hij er vaak ook ineens. Butter: ‘In principe staat hij er helemaal niet. Als je je energie goed hebt leren verdelen, is er niets aan de hand. Wat je in deze fase van de marathon niet moet voelen, is: wat is het nog ver! Het is te vroeg om op 30 kilometer al in de problemen te komen. Dat heb je ergens iets verkeerd gedaan, met je energie gesmeten.’ En als dat dan zo is, is het dan over en uit? Slaat die hamer je knock out of kun je weer opstaan? Volgens Butter is er nog hoop. ‘Doe een stapje terug, want je moet nog 12 kilometer. Die mep met die hamer betekent dat je door je voorraad koolhydraten heen bent, dus je moet wel wat rustiger aan gaan doen.’ Hij noemt het een ‘leuke mentale uitdaging’: ‘Als je gaat vechten tegen de pijn, verlies je altijd. Om het maximale eruit te halen moet je slim omgaan met dat laatste beetje energie. Zorg dat je niet hoeft te gaan wandelen, dan had je beter eerder al een stapje terug kunnen doen.’
En houd altijd voor ogen: hoe zwaar heb je het nou écht? ‘Beleef je het als zwaar of was het dat echt? Als je dat delicate verschil leert, ben je tot zoveel meer in staat. Zeg niet te snel: het gaat niet meer.’

De finish

‘De finish van een marathon is voor mij elke keer magisch; ik denk dat dat voor iedereen zo is. Soms kon ik er niet optimaal van genieten, zoals toen ik nog nét onder de 2:10 kon lopen. Ik moest het laatste stuk zo vol sprinten… ik zag de finish en gaf álles voor die tijd van 2.09:58. Maar naderhand kon ik daar intens van genieten.’ New York, in november 2017, ging niet zozeer om de tijd, maar om de strijd. Op dat soort marathons komt Butter heel goed tot zijn recht. ‘Daar schudde ik op het laatst nog een concurrent van me af en voelde ik de magie van de finish heel duidelijk.’

Dat de marathon niet altijd groots en meeslepend is, weet hij ook als geen ander. ‘In 2013 ging ik na mijn persoonlijke record voor een Nederlands record, maar ik voelde me eerder klein dan groots. Het voelde geforceerd en het ging niet maximaal. Ik had beter tegen mezelf kunnen zeggen: ik ben zo goed als ik ben, maar in plaats daarvan forceerde ik mezelf – en de marathon is keihard. Die mentale tik is leerzaam geweest.’
In 2015 miste Butter in Amsterdam de limiet voor de Olympische Spelen op acht seconden (hij liep 2.11:08, red.). Hoe jammer hij dat ook vond, hij vond toch dat zijn wedstrijd perfect was gegaan. ‘Ik steeg die dag boven mezelf uit. Mijn voorbereiding was heel goed en ik heb alles gegeven in de race: wat had ik nog meer kunnen doen?’ Hij raadt aan: ‘Blijf onbegrensd denken, maar wees realistisch. Ga voor het optimale dat er op dat moment in zit. Als je alles geeft, kun je jezelf achteraf niets verwijten.’

Selecteer de beste marathon gear

Geschreven door Barbara Kerkhof, schrijfster voor Run2Day Magazine. Foto’s: Jordy Hindriks, Run2Day.

Submit a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *